
Ze zijn langzaam aan het verdwijnen, maar je vindt ze nog steeds overal in Peking: de hutong-, of nong tang, wijken die één of twee decennia terug gebouwd zijn.
De gebouwen, meestal met slechts één verdieping, zijn vaak van slechte kwaliteit en ontberen sanitaire voorzieningen. Net als in de oude hutongs in het centrum van Peking, delen bewoners publieke toiletten en voor een douche gaat men naar een badhuis. Een labyrint van kleine steegjes verbindt de huizen binnen de wijk en aan de buitenkant vind je kleine winkeltjes en restaurants die in de dagelijkse levensbehoeften voorzien.

Vaak worden deze wijken omringd door moderne hoogbouw. Aan de ene kant levert dit een scherp contrast op tussen de levensomstandigheden van arm en rijk, aan de andere kant karakteriseert het de heterogene omgeving van de stad, waar arm en rijk (nog) niet zijn gescheiden door districten. Dit maakt dat het leven op straat erg levendig is met straatverkopers, kleine eethuisjes en mensen die met elkaar op straat praten, Chinees schaken of een kaartspel spelen.
Deze heterogene omgeving is vaak vol verrassingen. Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een diner bij een Chinese vriend die in zo’n arme hutongwijk leeft. Het had die dag geregend en voordat ik bij de ingang van het huis was zaten mijn schoenen al helemaal onder de modder. Binnen diende een schaars verlichte ruimte, met in het midden een opklapbare tafel, als eetkamer. Onze gastheer had een vriend uitgenodigd en we hadden een lang gesprek tijdens een goed diner met oude traditionele Peking-gerechten en veel “baijiu” (een sterke drank). Aan het eind van de avond wisselde ik met de vriend naamkaartjes uit. Later thuis, ging ik naar de website, vermeld op het naamkaartje, en kwam ik er achter dat de vriend een zeer machtig en rijk man was. Hij was de tweede man aan het hoofd van één van China’s grootste staatsbedrijven.
Uiteindelijk zullen al deze arme hutongwijken verdwijnen en plaats maken voor nieuwbouw (behoudens de honderden jaren oude hutongwijken in het centrum die worden gerestaureerd door de nieuwe rijke elites). Nostalgische gevoelens maken dat veel mensen dit jammer vinden. Maar uit vele gesprekken met bewoners die in deze wijken leven begrijp ik dat de meesten er naar uitkijken om te verhuizen naar een huis met moderne faciliteiten.
Leven in de nieuwe hoogbouwwijken brengt, in vergelijking met het leven in de hutongwijken, onvermijdelijk een verlies aan gemeenschapszin met zich mee. Een verlies voor straatfotografen en voor iedereen die houdt van levendige scènes op straat. Voor de bewoners zelf weegt dit echter niet op tegen het comfort dat hun nieuwe behuizing zal bieden. Het soort behuizing waar deze straatfotograaf zelf naar terugkeert na een sessie straatfotografie …
