Peking, Meneer Guo Jia

 

 

Meneer Guo Jia huurt een kamer die tegelijkertijd dienst doet als toegang tot het duivenhok van de huisbaas. Op verzoek van de huisbaas voert hij de duiven.

 

Meneer Guo werkt als kok in een Kantonees restaurant. Hij is geen liefhebber van duiven.

 

 

 

China’s verdwijnende steegjes

Ningbo, Zhejiang Provincie. Foto: Mark Hobbs

 

Deze vaak donkere, en soms op het eerste gezicht deprimerende plaatsen fascineren me. Niet alleen als fotograaf, maar ook omdat ze me herinneren me aan de lange, smalle steegjes waar ik vaak wandelde in mijn 20-er en 30-er jaren toen ik  in Fitzroy woonde, een wijk in de binnenstad van Melbourne, Australië. Deze steegjes in Melbourne waren zo gebouwd om zeer praktische redenen. Ze gaven gemakkelijk toegang tot de ‘achtertuin’ en het ‘privégedeelte’ van het huis (het buitentoilet). De “nachtman” (zoals hij genoemd werd) verzamelde het menselijk afval door middel van een luik strategisch geplaatst in de muur van het toilet. Het merendeel van de huizen werden gebouwd tussen 1860 en 1900, zonder goed sanitair en met de huizen aan de straatkant en de steegjes achter de huizen.

Ningbo, Zhejiang. China. Foto: Mark Hobbs

 

In China is het steegje of “Nong Tang” de “straat”. Ze zijn een doolhof van donkere hoeken en ommuurde binnenplaatsen, met geheimen achter elke bocht. Voor de meeste ‘Westerse’ ogen zijn ze deprimerende, door armoede getroffen plaatsen; maar ik vind ze fascinerend, ze geven een glimp van een manier van leven die snel aan het verdwijnen is in China.

 

Het aspect van een gemeenschap die deze plaatsen kenmerkt, kan niet worden vervangen door hoge flatgebouwen of  bungalowwoningen in Westerse stijl. De bebouwing in de Hutong (traditioneel Chinese nauw straatje met lage woningen van vaak één verdieping) is natuurlijk een integraal onderdeel van de “Nong tang”. Ze bestaan uit ommuurde binnenplaatsen met de vertrekken van de familiewoning(-en) rondom de centrale binnenplaats. Zij geven tegelijkertijd ruimte voor privacy en gemeenschapszin. In veel van de steden waar ik heb gewoond en gewerkt in China is de “Nong Tang” snel aan het verdwijnen, en daarmee ook de manier van leven. Dit zal niet alleen een groot verlies voor China en zijn kleine gemeenschappen zijn, maar ook een cultureel verlies voor de wereld.

 

 

Foto’s en tekst – Mark Hobbs

 

 

Peking, Mevrouw Zhao XiaoLi en Meneer Ren Qing

 

Mevrouw Zhao XiaoLi en meneer Ren Qing leven allebei in een woningencomplex in Peking’s Fatou wijk. Meneer Ren Qing is gepensioneerd en houdt, samen met 100 collega’s, de buurt schoon. Voordat hij met pensioen ging had hij vele verschillende banen, meestal als chauffeur. Hij behoort tot the Mongoolse minderheid en zijn geboorteplaats is Jilingele in Binnen-Mongolië. Twintig jaar geleden verhuisde hij naar Peking omdat z’n vrouw daar vandaan komt.  Hij mist echter zijn geboortestreek iedere dag. Hij mist de familie en …., eigenlijk alles. Vanwege zijn leeftijd bezoekt hij zijn geboorteplaats niet meer zo vaak als voorheen; alleen nog voor iets belangrijks.

Mevrouw Zhao XiaoLi is ook gepensioneerd. Ze had een baan in de boekhouding. Ze verhuisde naar deze buurt een aantal jaren geleden. De prijzen zijn er niet zo hoog en ze vind de omgeving mooi met kleurrijke architectuur en veel bomen en planten. In haar vrije tijd gaat ze vaak naar de bibliotheek in Chaoyang district om er Engels te leren. Haar Engelse naam is Iris. Grootmoeder is ze nog niet. Haar dochter is momenteel te druk met haar werk om een kind te krijgen.

 

 

 

Switch to our mobile site