Peking, Vastgoedontwikkeling in Jiugong

 

Het gebied nabij het nieuwe Jiugong metrostation, in het zuidoosten van Peking, bruist van de bouwactiviteiten. Verschillende nieuwe hoogbouw appartementencomplexen zijn bijna klaar om opgeleverd te worden en verderop wordt er al weer nieuwe grond bouwrijp gemaakt voor meer bouwprojecten. Voorheen was dit een landbouwgebied. We bezoeken de overblijfselen van wat eens een boerendorp was.

 

 

De één en twee verdiepingen hoge huizen van het dorp moeten plaatsmaken voor een bouwproject. Twee derde van het dorp is al gesloopt. 40 families weigeren echter te vertrekken.

 

 

 

 

We praten met mevrouw Li Shulan, bijna 79 jaar oud, die al 54 jaar in het dorp woont. Mevrouw Li is moeder van vier dochters en twee zonen, die nog steeds bij haar en haar man inwonen. De projectontwikkelaar, vertelt ze, heeft haar familie twee appartementen aangeboden als compensatie, maar volgens haar was die bij lange na niet genoeg om haar familie in onder te brengen. Daarnaast waren de aangeboden appartementen van zeer slechte kwaliteit en zijn ze inmiddels gesloopt nadat de zaak in de publiciteit was gekomen.

 

Alle huizen in het dorp zouden volgens de planning van de ontwikkelaar in juni 2011 gesloopt moeten zijn. Echter, 40 families besloten te blijven omdat ze niet tevreden waren met de aangeboden compensatie.

 

Mevrouw Li vertelt dat in juni vorig jaar het water en de elektriciteit zijn afgesloten en het openbare toilet is gesloopt. Voor water gaan ze nu naar een buurman aan de overkant van de straat en in plaats van een toilet gebruiken ze het open land rondom het dorp.

 

Vanwege de slechte leefomstandigheden wil mevrouw Li nu verhuizen. “Wat kan ik anders doen?”, zegt ze. Hoe en wanneer ze kan verhuizen is niet duidelijk.

 

Mevrouw is geboren in de Shandong provincie. 54 jaar geleden kwamen zij en haar man naar Peking om als landarbeider op de Nanjiang boerderij te werken. In die tijd waren er zoveel landarbeiders dat er niet genoeg accommodatie was in de slaapzalen van de boerderij. Ze hebben toen om die reden zelf een huis in het veld gebouwd.

 

Nu zijn mevrouw Li en haar man, die in het huis blijft vanwege gezondheidsproblemen, gepensioneerd. Samen ontvangen ze 4.000 RMB per maand.

 

Mevrouw Li vertelt dat er veel oude mensen in het dorp leven en dat flink aantal van hen ziek is geworden vanwege de sanitaire voorzieningen en de zorgen om de toekomstige sloop van hun huizen. Een paar van hen zijn in het afgelopen jaar overleden.

 

Wanneer we het dorp verlaten ontmoeten we een groepje van mensen die in de buurt wonen. Ze leggen uit dat veel bewoners van het dorp er hun hele leven gewoond hebben, dat ze veel geld in hun woning hebben geïnvesteerd en dat het moeilijk voor ze is om hun herinneringen achter te laten. Daarnaast is ook de compensatie te weinig.

Ze vertellen over een oude vrouw uit het dorp. Iedere nacht gaat ze naar het huis van haar dochter om te slapen en vroeg in de ochtend de volgende dag keert ze terug naar haar oude huis in het dorp.

 

We horen ook veel gemor en gemompel over de rijke mensen die de arme mensen, die hun hele leven op deze plek hebben gewoond, de stad uit jagen. Ze drukken zich uit met een verbolgenheid tegen rijken, en de voorkeursbehandeling van overheidsfunctionarissen, die we de afgelopen tijd veel zijn tegen gekomen.

 

 

 

 

 

The area near the new Jiugong subway station, in the southeast of Beijing, is bustling with building activity. Several new high-rise residential compounds are almost completed and elsewhere workers are preparing building grounds for more real-estate development. The area used to be a farmland and we visit the remnants of what once was a farmers’ village.

The one and two story houses of the village have to make way for another development project. Two third of the village has already been demolished, but 40 families refuse to leave.

We talk with Mrs. Li Shulan, almost 79 years old, who has lived in the village for the past 54 years. Mrs. Li is a mother of four daughters and two sons, who still live with her and her husband. The project developer, she tells, offered her family two apartments as compensation, but according to her that was definitely not enough to house her family. Apart from that, the apartments offered where of very bad quality and they were destroyed after the case was exposed in the media.

All houses in the village should have been demolished by June 2011 according to the developer’s planning. However, 40 families decided to stay because they were not satisfied with the compensation.

Mrs. Li tells that in June last year the water and electricity has been cut off and the public toilet has been demolished. For water they now go to a neighbor across the street and instead of going to a toilet they use the open land around the village.

Because of the harsh conditions, Mrs. Li wants to move. “What else can I do?”, she says. How and when she can leave is not clear.

Mrs. Li was born in the Shandong province. 54 years ago she and her husband moved to Beijing to work as a farmer at the Nanjiang farm. At that time, there were so many farmers that the farm could not provide enough accommodation in the dormitories. Thus, they built their own house in the field and settled down.

Now she and her husband, who stays in the house because of health problems, are retired. Together they receive a pension of 4,000 RMB per month.

Mrs. Li tells that there are many old people living in this village and a lot of them got ill due to the sanitary conditions and the worries about the future demolition of their houses. A few of them passed away in the past year.

When we leave the village we meet some people who live in the neighborhood. They explain that many of the residents in the village have spent all their lives living here, they invested a lot of money in their houses and feel it is hard to leave all their memories behind. Next to that, the compensation fees are too low.

They tell about an old lady from the village. Every night so goes to her daughter’s house to sleep and early the next day she returns to her old house in the village.

We also hear a lot of muttering about the rich people who drive poor people, who lived their whole life in this place, out of the city. They display a resentment against the rich and the preferential treatment of government officials that we have come across a lot lately.

Peking, Bringing in the Wine

 

In een gebied, dat gesloopt wordt om plaats te maken voor nieuwbouw, is de muur van een woonkamer zichtbaar geworden. Op de muur is een gedicht te zien van de beroemde Chinese dichter Li Bai (ook bekend als Li Po). We konden geen goede vertaling in het Nederlands vinden, daarom hieronder een vertaling in het Engels:

 

BRINGING IN THE WINE

 

See how the Yellow River’s waters move out of heaven.

Entering the ocean, never to return.

See how lovely locks in bright mirrors in high chambers,

Though silken-black at morning, have changed by night to snow.

…Oh, let a man of spirit venture where he pleases

And never tip his golden cup empty toward the moon!

Since heaven gave the talent, let it be employed!

Spin a thousand pieces of silver, all of them come back!

Cook a sheep, kill a cow, whet the appetite,

And make me, of three hundred bowls, one long drink!

…To the old master, Cen,

And the young scholar, Danqiu,

Bring in the wine!

Let your cups never rest!

Let me sing you a song!

Let your ears attend!

What are bell and drum, rare dishes and treasure?

Let me be forever drunk and never come to reason!

Sober men of olden days and sages are forgotten,

And only the great drinkers are famous for all time.

…Prince Chen paid at a banquet in the Palace of Perfection

Ten thousand coins for a cask of wine, with many a laugh and quip.

Why say, my host, that your money is gone?

Go and buy wine and we’ll drink it together!

My flower-dappled horse,

My furs worth a thousand,

Hand them to the boy to exchange for good wine,

And we’ll drown away the woes of ten thousand generations!

 

 

 

Peking, Het JinLin badhuis

 

Jin Jun werkt in een kruidernierswinkel in de wijk LaiGuangYing en Si JiaGui werkt in het badhuis naast de winkel. De twee zaken, samen met een winkel voor golfbenodigdheden, zijn van dezelfde eigenaar.

 

Het JinLin badhuis opende zo’n 9 jaar geleden. De zaken gaat niet zo goed meer omdat veel woningen en appartementen zijn gesloopt in de afgelopen jaren. Slechts een beperkt aantal klanten is in de wijk gebleven, maar ook die zullen binnenkort ergens anders naartoe moeten verhuizen.

 

 

Jin Jun leeft al ruim 10 jaar in de wijk. Hij heeft geen idee waar hij naar toe zal gaan als het badhuis en de winkels worden gesloopt.

 

Overdag zijn er geen klanten meer. ’s Avonds ontvangen ze nog tussen de 20 en 30 klanten. Het kost 10 RMB om een bad te nemen of te douchen.

 

Het badhuis heeft een ruimte voor mannen en een ruimte voor vrouwen. In het midden van mannenruimte ligt een groot bad. Er zijn douches, een badkuip, twee tafels voor het (laten) schuren van je rug en een sauna. In de ruimte voor de vrouwen is geen groot bad en ook geen badkuip.

Een toilet is niet aanwezig in het badhuis. Als klanten naar de WC willen, moeten ze naar buiten om het openbare toilet te gebruiken.

 

Si JiaGui komt uit Anhui en woont sinds vier jaar in Peking.  Hij zegt dat, toen de zaken nog goed gingen, ze meer dan honderd klanten per dag hadden.

 

In het badhuis werden vroeger ook voetbehandelingen en massage aangeboden, maar nu worden deze diensten niet meer geleverd.

 

 

 

 

Peking, “Kapper”

 

In een gebied dat wordt gesloopt zorgen de nog overeindstaande huizen en geïmproviseerde gebouwtjes ervoor dat zaken kunnen worden voortgezet zolang er klanten zijn. In dit geval zijn de klanten constructiewerkers (migranten) die op zoek zijn naar massage en andere diensten. Kleine winkels en restaurants, een biljartclub en “kappers” bedienen de klanten. De straten zijn smering en de geur van afval en publieke toiletten is overweldigend.

 

We spraken een vrouw die als “kapster” ontspanningsdiensten aanbiedt aan haar klanten, vooral ‘s avonds. Ze begint te werken om acht uur ‘s ochtends en sluit haar zaak om tien uur ‘s avonds. Na haar werk keert ze terug naar haar flat niet ver hier vandaan. Ze is afkomstig uit de Anhui provincie en kwam een paar jaar geleden naar Peking. Haar man verdient de kost met de decoratie van huizen. Voordat de sloop begon had ze een veel grotere zaak en gingen de zaken veel beter. Nu is het een tijdelijke plek, slechts een paar vierkante meter, gemaakt van golfplaten en van materiaal dat afkomstig is van de gesloopte gebouwen.

 

Ze lacht wanneer ze begint te praten over haar zoon. Haar zoon heeft een heel brede belangstelling. Hij houdt van schilderen en dansen. Op dit moment leeft hij in het zuiden van China en studeert Information Engineering aan een school voor hoger beroepsonderwijs in Kunming.

Dan verdwijnt haar lach en kijkt ze bedroefd terwijl ze zegt “Moeder noemt hij me nooit meer”.

 

 

 

 

Switch to our mobile site