Peking, Meneer Xue Guoliang

 

Meneer Xue Guoliang is één van de kunstenaars die werken voor Gift of Hope; een sociale onderneming die wordt gemanaged voor en door gehandicapten die traditionele Chinese kunst produceren. We praten met meneer Xue en mevrouw Li Meixin, de directeur van het bedrijf, over het leven van meneer Xue. Meneer Xue is 55 jaar oud en leefde heel zijn leven in Peking. Hij is gehandicapt sinds hij 1 jaar oud was en zijn werk bestaat uit het graveren van chops (zegels / stempels). Meneer Xue was vroeger een speler in het nationale rolstoelbasketbalteam van China.

 

U groeide op in Peking. In deze wijk of ..?

Ik ben al in deze wijk sinds mijn geboorte. Waar ik opgroeide is hier vlakbij. Ik heb het Xicheng district nooit verlaten. Eerst leefde ik in Xidan en ben verhuisd toen de oude huizen van Xidan werden gesloopt.  

 

U groeide op in een hutong-buurt?

Ja.  

 

Wat gebeurde er toen u één jaar oud was?

Ik was ziek en had hoge koorts. Sinds die tijd functioneren mijn benen niet meer goed. Het kwam door de koorts, neem ik aan, maar ik weet nog steeds niet wat de werkelijke oorzaak is geweest. Hoe het ook zij, mijn benen zijn sinds die tijd constant onder behandeling geweest, maar het is nooit meer goed gekomen. Er is niets aan te doen. Het zij zo.  

 

Naar welke school ging u toen u jong was?

Ik ging naar een normale school. Net als alle andere, gezonde, kinderen. Er zijn speciale scholen, maar die zijn vooral gericht op verstandelijk gehandicapte kinderen, doofstommen en blinden. Met mijn intelligentie is niets mis, dus ik ging naar normale scholen.  

 

Hoe heeft u geleerd zich voort te bewegen?

Het was erg moeilijk om te leren, maar het moest. Ik begon te lopen met krukken toen ik naar de lagere school ging. Daarvoor bleef ik altijd thuis. Ik ging nooit alleen naar buiten en zat meestal op bed. Mijn moeder was nog erg jong. Soms zat ze bij de deur en hield me in haar armen. Meestal ging ik naar buiten met mijn moeder die me dan vasthield. Toen ik naar school moest kon ze me niet meer dragen en leerde ik op krukken te lopen.

 

Welke herinneringen heeft u aan die periode?

Ik heb een aantal herinneringen. We hadden toen een kinderwagen, niet zo fancy als tegenwoordig. In die tijd was de kinderwagen gemaakt van bamboe en er konden twee kinderen tegelijkertijd in. Het was gemaakt van rotan. Het zag er goed uit, zeker voor die tijd. In tegenstelling tot tegenwoordig werd rotan toentertijd niet als goed materiaal gezien. De kinderwagen is vele jaren in gebruik geweest. Er was ruimte voor twee kinderen en wij waren met vier kinderen in de familie. Ik zat altijd in de kinderwagen. Vaak werd ik vooruit geduwd door mijn oudere broer of mijn jongere zussen. Toen ik ouder was kon ik de reling aan de rand vasthouden en met mijn voeten over de grond glijden.

Meixin (terwijl ze een tekening van de kinderwagen maakt): Er was een houten plaat in het midden. Je kon het opzetten en als tafel gebruiken. Wanneer de baby’s moe werden kon je de plaat naar beneden brengen en er een slaapplaats van maken. (De kinderwagen op de afgebeelde foto, gemaakt in 2006, is niet helemaal hetzelfde, maar geeft een idee)

Zo konden de baby’s slapen en met de plaat opgezet als tafel konden ze eten. Ik vond dat soort kinderwagens mooi. Tegenwoordig zie je ze niet meer.  

Meixin: Als je buiten de vierde of vijfde ringweg komt kun je zo nog steeds zien.


U was altijd binnen toen u jong was. Ontwikkelde u toen speciale fantasieën?

Fantasieën in die tijd? Ik kan het me niet herinneren. Ik had niet veel fantasieën toen. Kinderen wisten niks. Ik was altijd binnen en had weinig contact met de wereld buiten. Ik denk dat ik vooral aan mijn benen dacht. Ik wist niet dat het een ziekte was. Ik vroeg me af waarom andere mensen konden rennen terwijl ik dat niet kon.

 

En toen ging u naar de lagere school.

Tijdens de lagere school volgde ik de lessen en er was niets speciaals. Er waren veel kinderen van mijn leeftijd. Ik vond het toen al leuk om dingen met mijn handen te maken; eigenlijk al sinds ik heel jong was. Mijn klasgenoten en kinderen uit de buurt kwamen allemaal naar mij om te vragen iets voor ze te maken. In die tijd hadden we weinig speelgoed. Niemand kocht speelgoed en we moesten alles zelf maken: katapulten, papieren vliegtuigjes en draaitollen. Ook vond ik het leuk om dingen uit elkaar te halen.

 

 

Hoeveel kinderen zaten er in uw klas?

We hadden meer dan 40 kinderen in de klas.

 

Kreeg u een speciale behandeling in de klas?

Ik heb bijzondere herinneringen aan die periode omdat één leraar dezelfde problemen met zijn benen had als ik. Omdat er iets niet in orde was met zijn eigen lichaam besteedde hij extra aandacht aan mij. Ik heb hem nadat ik de lagere school verlaten heb niet meer gezien, maar ik kan me hem nog steeds goed herinneren.  Andere leraren kan ik me niet meer herinneren. Het is pas sinds enige jaren dat de herinneringen aan die tijd stukje bij beetje terugkomen.  

 

Was er iemand in uw omgeving, tijdens de lagere school, die u richting gaf voor uw toekomstig leven?

Ja, dat was diezelfde leraar, meneer Du. Hij raadde me aan een handwerk te leren, naast de reguliere lessen in de klas. Het leren van een vaardigheid waarmee ik de kost kan verdienen. In die tijd begreep ik niet helemaal wat hij daarmee bedoelde. Maar het was een goed advies. Vroeger werden banen voor je geregeld na je afstuderen. Tegenwoordig moet je zelf een baan vinden. Ik volgde zijn advies en het eerste wat ik leerde was het repareren van schoenen.

Hoe stond u in uw omgeving als kind?

Ik had weinig contact met de maatschappij in die dagen.  Ik had bijna geen vrienden op school. Niemand praatte met mij, zelfs de leraren niet. Naast het bijwonen van de lessen had ik geen enkele andere activiteit. Ik werd niet gevraagd mee te doen met activiteiten omdat ik niet in staat was mee te doen.

 

Alleen met uw broer en jongere zussen?

Ja, alleen met mijn broer en zussen. U weet dat men zegt “kinderen spreken de waarheid”. Toen ik klein was werd ik door de kinderen in de buurt niet afgewezen of genegeerd vanwege mijn handicap. Maar toen ik wat ouder was … Ik wil niet zeggen dat ze me afwezen; ik werd alleen niet meer door ze gevraagd met ze mee te doen. Om mezelf bezig te houden maakte ik thuis dingen. Bijvoorbeeld een papierknipsel. Veel meer dan iets te maken was er niet te doen. Omdat ik goed was in het maken van dingen zeiden kinderen “Ga naar Gouliang, hij kan dingen maken”. Op die momenten voelde ik me niet gehandicapt en speelde ik samen met andere kinderen.  

 

Vaak, als kinderen in de puberteit komen, is er een periode van verzet tegen de ouders. Heeft u ook zo’n periode gehad?

Met mijn fysieke gesteldheid … Nee, ik niet. Je moet wel voldoende gekwalificeerd zijn om je te kunnen verzetten.  

 

Later misschien?

Het is moeilijk daar iets over te zeggen. Toentertijd, gegeven mijn fysieke gesteldheid, accepteerde ik alles wat voor me geregeld werd. Ik was niet in staat dat zelf te doen. Daar was niets aan te doen. Buiten dat, mensen in die tijd … China was geïsoleerd en we wisten weinig over de wereld. Tegenwoordig weten jonge mensen veel meer en denken ze meer na over de wereld. In onze tijd dachten mensen weinig na. Ze waren gericht op het naar school gaan, een diploma halen en werk vinden.

 

Uw sociale leven was moeilijk in uw jeugd. Hoe ontwikkelde dit zich voor u als twintiger?

Ik had als twintiger zelfs nog minder sociale contacten. Vanwege mijn gesteldheid kon ik niet meedoen wanneer ze bijvoorbeeld de Xiangshan berg beklommen. Beetje bij beetje verloor ik mijn contacten.

 

Hoe heeft u uw vrouw leren kennen?

We werden aan elkaar voorgesteld door een gemeenschappelijke vriend.

 

Heeft dat uw leven sterk veranderd?

Ja, zeker. Een huwelijk verandert je leven. We trouwden enkele maanden nadat we elkaar ontmoetten. Helaas is ze acht jaar geleden overleden.

 

 

Wat is de beste tijd van uw leven tot dusver?

Iedere periode van mijn leven heeft zijn eigen waarden en kan niet met andere periodes vergeleken worden. Wanneer ik het over geluk heb; uiteraard was ik gesteld op mijn vrijheid voordat ik trouwde;  ik kon doen wat ik wilde. Na mijn huwelijk was het onmogelijk om op die manier vrij te zijn. Bijvoorbeeld: ik heb twee kinderen en in die tijd moest ik ze vaak naar het ziekenhuis brengen.  

 

U heeft een dochter van 23 en … ?

Een zoon van 20. In het algemeen: “er is geluk in de bitterheid en bitterheid in het zoete”. Als ik denk aan mooie momenten dan was dat toen ik basketbal speelde. Ik zat in een rolstoelbasketbalteam.   Meixin: Hij was speler in het nationale team. Ik begon te spelen in 1984 en heb toen 15 of 16 jaar gespeeld.  

 

Is er een periode in uw leven die bepalend is geweest voor de rest van uw leven? Een tijd waarin u antwoorden vond op de vraag hoe om te gaan met uw leven en de toekomst?

Ik heb veel nagedacht toen ik werkloos was. Dat was van mijn 16de tot mijn 20ste. Vragen als: “Wat kan ik doen met dit leven als gehandicapte?”, waren confronterend voor me.  Ik had niet veel waarmee ik kon concurreren met anderen. Maar ik leerde chops te maken. Daarvoor maakte ik alleen simpele dingen, voor mijn plezier. Maar dit was een serieus vakmanschap dat ik onder de knie moest krijgen. Maar ik leerde het niet om te kunnen overleven. Ik leerde het in de eerste plaats omdat ik het een mooi vak vond. Vanwege mijn gesteldheid kon ik niet concurreren in de meeste beroepen. Ik had bijvoorbeeld timmerwerk op school geleerd, maar mensen zeiden dat het zinloos was dat ik dit leerde omdat ik er toch geen brood mee kon verdienen. Toen heb ik nagedacht over wat ik dan wel kon doen. Ik koos dit. Het past bij me omdat ik het werk kan doen terwijl ik zit.  

 

Hoe lang doet u dit al?

Ongeveer 30 jaar, maar niet constant. Ik leerde het vak voordat ik getrouwd was. Na mijn huwelijk had ik meer familieverantwoordelijkheden; maar ik heb het vak nooit helemaal terzijde gelegd.

 

Zijn er nog andere ambachten die u heeft uitgeoefend?

Ik heb veel gedaan! Zoals deze tafel en deze kast, ik heb ze zelf gemaakt. Ik heb zelfs het voertuig, waarin ik me voortbeweeg, zelf gemaakt.  

 

(Kijkend naar één van de chops) U verkoopt deze via “Gift of Hope”, is het niet?

Meixin: Ja. Hij is erg populair wanneer we een groep toeristen krijgen. We presenteren zijn kunst bij diverse gelegenheden. Als er toeristen komen regelen we een specifieke tijd en brengen we hem naar de toeristen in het hotel. We vertellen achtergrondverhalen en zeggen dat, als ze een Chinees souvenir willen, dit iets betekenisvol is. We verkopen ook andere souvenirs, maar zijn werken kunnen alleen verkocht worden als hij aanwezig is (vanwege de persoonlijk inscripties). Dus wij brengen hem naar de toeristen toe.

 

U graveert oude karakters. Onlangs zagen we een expositie in Caochangdi waarbij de kunstenaar oude Chinese karakters van de Xi Xia taal had gegraveerd.

De Xi Xia taal is, in de verschillende stadia van de Chinese kalligrafie, ouder dan het Xiao Zhuan (“klein stempel schrift”) dat ik gebruik. Xiao Zhuan is het zogenaamde “Qin Zhuan”. Er waren veel landen in het oude China en ieder land had een andere kalligrafie. Zodoende had ieder geschreven woord vele verschillende verschijningsvormen. Sinds de Qin China verenigde is de kalligrafie uniform geworden en Xiao Zhuan werd de standaard. Alle kalligrafie vóór het Xiao Zhuan wordt Da Zhuan genoemd.  

 

Kunt u iets vertellen over uw huidige interesses?

Op dit moment is dit (chops graveren) mijn enige interesse, niets anders. Ik ben te oud om nog iets nieuws te leren. Ik wil me verder verdiepen in het graveren van chops. Als hobby of als innerlijk bron.

 

Als u niet werkt, wat doet u dan?

Ik heb echt geen andere hobby’s.  

 

Als u de televisie aanzet, wat is dan uw favoriete programma?

Ik verkies programma’s waar ik iets van kan leren. Bijvoorbeeld Animal World, Discovery en Legend –  dit zijn mijn favoriete zenders. Die soapseries op TV zijn niet voor mij. Ik hou ervan met mijn handen te werken, dus ik hou ervan om te lezen of een programma te kijken over kleine uitvindingen. Ik vind het leuk om te kijken naar mensen die vreemde of kleine dingen uitvinden.  

 

Kijkt u naar basketbal op TV?

Ik kijk ook naar het sportkanaal en kijk met plezier naar basketbal op televisie, zoals de NBA. Toen ik in het rolstoelbasketbalteam zat moesten we kijken naar gewone basketbalwedstrijden om de strategieën te bestuderen.  Dus als ik naar basketbalwedstrijden kijk ben ik niet zo bezig met de scores. In plaats daarvan besteed ik aandacht aan het samenspel van het team. Dit is een gewoonte geworden. In het rolstoelbasketbalteam maakten we video’s van wedstrijden en leerden we over strategie en samenspel van andere teams.

 

 

Reisde u ook naar het buitenland toen u deel uitmaakte van het nationale basketbalteam?

Uiteraard. Maar ik ben alleen naar Japan en Thailand geweest.  

 

Heeft u nog steeds contact met u oude teamgenoten?

Ja, we ontmoeten elkaar een aantal keer per jaar.  

 

Hoe vergelijkt u de kansen in de moderne maatschappij voor gehandicapten met 20 jaar geleden?

Het verschil is enorm; het is veel beter nu. Toen waren er geen speciale voorzieningen in de maatschappij, maar nu zijn alle gehandicapten beschermd. De lokale buurtcomités kunnen de gehandicapten helpen die werkloos zijn door werk voor ze te regelen, ze te verzekeren en ervoor te zorgen dat zie iets hebben om op terug te vallen als ze oud zijn. Ik denk dat de situatie in de toekomst nog verder zal verbeteren. De situatie heeft zich gaandeweg verbeterd. Toen ik van school kwam had ik geen werk en heb ik vier jaar gewacht voordat het buurtcomité een baan voor me regelde. Dat was rond 1980. De maatschappij heeft zich verder ontwikkeld en de behandeling door de maatschappij van gehandicapten is echt goed geworden. Alle gehandicapten uit mijn omgeving hebben een baan en zijn verzekerd.  

 

Wat is voor u op dit moment in uw leven het belangrijkst?

Mijn kinderen zijn nu volwassen. Ik hoop dat ze een goede baan kunnen vinden en dat ik een comfortabel leven kan leiden.  

 

Heeft u een set van principes of waarden die u aan uw kinderen heeft geprobeerd over te dragen?

Mijn kinderen zijn niet zo ontvankelijk voor wat ik ze probeer over te brengen. Ik heb ze gevraagd kalligrafie te beoefenen maar ze luisterden niet; ik heb ze gevraagd mijn vak te leren, maar dat weigerden ze ook. Ze moeten hun eigen ideeën hebben, die zijn waarschijnlijk beter dan de mijne. Ik heb mijn kinderen verteld dat een familie als de onze veel verschuldigd is aan de maatschappij, onze familie en de (partij-) kaders.  Bijvoorbeeld, toen mijn vrouw kanker kreeg hadden we veel geld nodig en dat hebben we van hen gekregen. Ik heb mijn kinderen dus verteld dat ze de maatschappij terug moeten betalen wanneer ze ouder zijn. Ik blijf bij mijn eigen werk en maak me zo nuttig op mijn leeftijd.

 

U bent meestal thuis aan het werk. Wanneer gaat u uit?

Ik ga erg regelmatig naar buiten. Ik hou er niet van om alleen thuis the zijn. Ik heb geen schema, maar ik heb er de gewoonte van gemaakt iedere dag een wandeling te maken. Ik wandel dan voor een uur om fit te blijven. Ik bedoel met wandelen, het wandelen met mijn krukken, niet met mijn motorfiets. Ik wandel voor de lichaamsbeweging.

 

Waar richt u zich op voor de toekomst?

Ik wil me blijven richten op het graveren van chops. Het maken van een mooie chop geeft me een gevoel van vervulling en voldoening. Het is geen mechanisch werk; het omvat het maken van ontwerpen en het toepassen van patronen. Net als schilderen kan het maken van een chop inspireren.  

 

En hoe stelt u zichzelf voor in 20 jaar?

20 jaar? Heb ik nog 20 jaar te leven? Ik kan niet zo ver vooruitkijken. Ik denk dat ik chops zal maken voor de rest van mijn leven.  

 

Wellicht woont u dan bij één van uw kinderen?

Dat verwacht ik niet, want ik wil niet met hen leven. Veel families lijden onder conflicten tussen ouders en kinderen omdat ze samen leven. Ik wil dat niet. Alleen leven is nog niet zo slecht.  

 

Hoe denken uw kinderen hier over?

Ik heb ze er niet naar gevraagd. Ze zullen zeker hun eigen huizen hebben nadat ze getrouwd zijn. Mijn dochter zal trouwen en mijn zoon ook, en ze zullen huizen voor zichzelf vinden.  Mijn dochter woont op dit moment bij mij en mijn zoon woont bij mijn moeder omdat mijn moeder alleen woont en graag gezelschap heeft, en ook omdat mijn huis erg klein is.  

 

Daarvoor woonde u met de hele familie, alle vier, in dit huis?

Ja, we leefden hier samen. Mijn kinderen waren toen klein. We hebben dat bed (wijzend naar een 2de bed in de kamer) toen iets groter gemaakt zodat ze er beide in konden liggen en ik deelde dit bed met mijn vrouw.

Tekst en foto’s © Anton Hazewinkel 2012

Switch to our mobile site