Nanjing, Een voormalige boer in het sportpark

 

 

We ontmoeten een 6o jaar oude man, een voormalige boer, in het Wutaishan Sportpark. Hij komt hier iedere middag. Anders dan veel andere bezoekers, die in kleine groepjes kaarten, Chinees schaken of tafeltennis spelen, blijft hij liever alleen. Iedere dag is hij 1 tot 2 uur in de weer met de fitnessapparaten in het park.  Wanneer hij moe wordt, zoekt hij een plek op een bankje in de schaduw van de grote oude bomen in het park en masseert hij zijn benen en voeten.

 

Na de dood van zijn vrouw, tien jaar geleden, verliet hij zijn boerderij en is hij naar Nanjing verhuisd om als parkeerwachter te gaan werken. Zijn kinderen leven in Yanzhou, een stad niet ver van Nanjing; de oudste is dokter, de tweede kassier bij een tolweg en de jongste is leraar. Ze behoren tot de middenklasse van de maatschappij en hebben een  respectabel inkomen dat voldoende is om hun vader te onderhouden. Echter, hij weigert bij één van de kinderen te gaan wonen. “Ik heb ervoor gekozen alleen te leven. Niet omdat ze mij niet willen onderhouden, maar omdat ik hun levens niet wil verstoren”. De kloof tussen hem en de jongere generatie, legt hij uit, zou problemen in de familie kunnen veroorzaken als hij met ze zou samenwonen.  Hij geeft vervolgens vele voorbeelden van de verschillen tussen hem en zijn kinderen; zoals verschillen in inzicht met betrekking tot het dagelijkse dieet, opvoeding van kinderen en zelfs slaapgewoonten. Hij ziet er geen been in om, op zijn leeftijd, zich met deze triviale problemen bezig te houden.

 

Alhoewel hij al tien jaar in de stad woont, verheerlijkt hij nog steeds de levensstijl van mensen die op het platteland wonen. Hij beweert dat iemand die op het platteland woont nooit lijdt aan een te hoge bloeddruk, diabetes or andere “rijke-luis ziektes”. Volgens hem zweten mensen op het platteland dagelijks veel meer dan mensen hier in het sportpark. Ze ademen lucht die veel schoner is en drinken water dat zuiverder is. Anders dan mensen in de stad die teveel suiker en dierlijke vetten innemen, eet men op het platteland fruit, bladgroenten en grofkorrelige granen. Hij wijst naar een demente bejaarde die een paar meter verderop op een bankje zit: “Zo’n  vreselijke ziekte zul je nooit aantreffen bij iemand die op het platteland woont”.

 

Ondanks het feit dat hij zo van het platteland hield, is hij naar de stad verhuisd. Hij had niemand meer om zich heen sinds zijn vrouw overleed. In de stad heeft hij een baan om de tijd door te komen, verschillende vrienden om mee te praten en een park om dagelijks zijn fitness-oefeningen te doen. Op het platteland had hij alleen zijn kleine stukje land.

 

Plotseling gaat hij langzamer praten en op zijn gezicht verschijnt een verdrietige glimlach. “Het enige dat betreurenswaardig is in mijn leven is dat ze te vroeg is heengegaan. Sinds haar dood in 2002 ben ik niet bang meer om te sterven.”

 

We praten over de gelukkige momenten in zijn leven. “Mijn jeugd was de gelukkigste tijd”, antwoordt hij zonder aarzeling, “toen ik jong was kon ik doen wat ik wilde zonder iemand om toestemming te vragen. Echter, nu kan ik niet meer op avontuur gaan en ben ik bijna het gevoel, van jong en vrij te zijn, vergeten.”

 

 

 

 

Nanjing, Fruitverkoopster

 

We ontmoeten een vrouw die op straat fruit, zoals mango’s en perziken, verkoopt. Ze wil niet gefotografeerd worden omdat de foto’s, als ze op het web geplaatst worden, door de politie gezien kunnen worden en als ze haar zouden herkennen zou ze in de problemen kunnen komen.

 

Iedere dag om 7 uur ‘s ochtends gaat ze naar een groothandelsmarkt om fruit te kopen. Daarna gaat ze altijd naar dezelfde plaats op een straat in het centrum van Nanjing. Van 1 uur ‘s middags tot half drie verkoopt ze daar haar fruit. Dan is het tijd om naar huis te gaan want rond half drie begint de politie met patrouilles in dit gebied. Eén keer werd ze betrapt door de politie en al haar fruit werd toen in beslag genomen. Ze voegt daaraan toe dat de politie geen geld accepteert voor het toelaten van haar handel op straat. Per dag maakt ze ongeveer 50 RMB winst op her verkopen.

 

Ander verkopers omringen ons. Ze lachen om de verlegenheid van de verkoopster en proberen haar over te halen toch op de foto te gaan. Een man van middelbare leeftijd klaagt tegenover ons: “Zie je die mensen in dat instituut die hier in hun BMW komen? Zij behoren tot de hogere klasse van de maatschappij en bezitten alles was ze willen. Echter, mensen zoals zij, die behoren tot de laagste klasse, hebben niets behalve een kleine handel om de familie te onderhouden. De overheid geeft de elite het gebruiksrecht van dure auto’s, goedkope huizen en veel andere dingen, maar ze staan geen ruimte toe voor deze mensen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Is dat fair?”

 

 

Peking, Pool-biljart

 

 

Pool-biljart staat in China bekend als een elegante sport met “gentlemen”-achtige bewegingen. De sport begon zo’n 20 jaar geleden populair te worden.

Vandaag de dag is pool de meest populaire sport in China met het grootste aantal beoefenaars. Volgens statistieken zijn er meer dan 50 miljoen mensen die pool spelen, spelen er 25 miljoen het spel regelmatig en bijna 1 miljoen spelers staan dagelijks aan de pooltafel. Met deze aantallen is pool zelfs populairder dan de nationale Chinese sport tafeltennis.

 

In het begin van de jaren 80 werd pool nog gezien als een decadente sport die een “bourgeois” levensstijl vertegenwoordigde. Stilletjes aan begon de sport echter populair te worden. Eerst werd het nog gekenmerkt als “nobele” sport waar gewone mensen geen toegang toe hadden, maar met de hervormingen in China en de verbeterde levensstandaard, begon pool snel te groeien. Tegenwoordig vind je pooltafels, omringd door spelers en toeschouwers, in zowel steden als op het platteland.

 

In 1986 werd de China Pool Game Association opgericht. Pool werd een wedstrijdsport en werd ook onderdeel van het jaarlijkse nationale sportprogramma. De groei werd nog eens versneld door de activiteiten van Gan LianFan, ook bekend als de “China Pool King”. Meneer Gan, van origine een wegwerker, bracht het merk “Star” op de markt en verkocht onder dit merk pooltafels voor onder de 350 Yuan per stuk.

 

In het begin van deze eeuw kreeg pool een nieuwe impuls met de populariteit van de professionele poolspeler Ding Junhui. Veel mensen realiseerden zich toen dat men zijn lot een goede wending kan geven door te proberen een professionele speler te worden.

 

Naast de vele pooltafels in de open lucht, waar mensen uit de buurt spelen, kan men nu ook overal pool- of snookerpaleizen vinden. In Shanghai zijn er al meer dan 400 van dit soort gelegenheden en in Peking zelfs meer dan 600. Ieder van deze gelegenheden herbergt gemiddeld 15 tafels. In kleinere steden in het zuiden, bijvoorbeeld in Dongyuan City in de Guangdong provicie waar pool voor het eerst populair werd, is het niet ongewoon om zo’n 300 poolpaleizen te hebben.

 

Op de foto’s in de post zien we jonge mannen spelen die op de nabijgelegen groentemarkt werken. Twee van hen hebben dezelfde familienaam “Li”, de jongste heet “Xu”. Ze betalen 1 RMB per spel aan de eigenaar van de pooltafel.

 

Noot: De advertentie, zichtbaar in de achtergrond van sommige foto’s en in blauw geschilderde karakters, luidt vertaald: “Pokerspel, Mahjong, training van unieke vaardigheden”

 

 

 

Peking, Een serieus kaartspel

 

Achter een gebied met nieuwe appartementen, naast het Dongfeng park, ligt een klein dorpje; een zogenaamd “chengxiangjiehebu” (dorp in de stad).

 

Vroeger was dit gebied een begraafplaats; vanaf de late Qing dynastie. De mensen die hier toen woonden waren de bewakers van de graven. Met de oprichting van de Volksrepubliek kreeg het land een agrarische bestemming voor het verbouwen van groenten en gewassen.

 

Wanneer we door de straten lopen zien we dat er op veel plaatsen gegokt wordt. We stoppen bij een groep mannen die kaart spelen. Ze spelen een serieus spel met hoge inzetten.

 

De mannen stammen af van mensen uit de Jiangxi provincie die enkele generaties terug naar Peking kwamen toen er een tekort aan vers vlees was in Peking.  De handelaren uit Jiangxi begonnen een business in de slacht en verkoop van vlees en voorzagen daarmee in de noodzakelijke behoefte aan vers vlees. Veel van de mannen zaten in die tijd overdag te gokken en kaart te spelen terwijl ze zich ‘s nachts met de slacht en de verkoop van vlees bezig hielden. Een decreet van de overheid in 1994 maakte een einde aan de slacht; vanaf toen mochten individuen geen vee meer slachten.

Veel van de mensen uit Jiangxi bleven na het decreet in het gebied en zijn nog steeds actief in de vleeshandel.

 

Inwoners van het gebied verwachten niet dat het dorp op korte termijn plaats moet maken voor nieuwbouwprojecten. Het land is erg veel geld waard en het zou de overheid teveel geld kosten om het land te kopen en de bewoners een andere woonlocatie aan te bieden.

De leefomstandigheden in het gebied zijn simpel, maar de huur is hoog. De eigenaar van deze goklocatie betaald 800 Yuan aan huur per maand. Zijn kind is op de leeftijd gekomen dat het naar school moet en de huur is nu een zware last voor hem.

 

 

 

 

Peking’s verdwijnende hutong wijken

 

 

Ze zijn langzaam aan het verdwijnen, maar je vindt ze nog steeds overal in Peking: de hutong-, of nong tang, wijken die één of twee decennia terug gebouwd zijn.

De gebouwen, meestal met slechts één verdieping, zijn vaak van slechte kwaliteit en ontberen sanitaire voorzieningen. Net als in de oude hutongs in het centrum van Peking, delen bewoners publieke toiletten en voor een douche gaat men naar een badhuis. Een labyrint van kleine steegjes verbindt de huizen binnen de wijk en aan de buitenkant vind je kleine winkeltjes en restaurants die in de dagelijkse levensbehoeften voorzien.

 

Vaak worden deze wijken omringd door moderne hoogbouw. Aan de ene kant levert dit een scherp contrast op tussen de levensomstandigheden van arm en rijk, aan de andere kant karakteriseert het de heterogene omgeving van de stad, waar arm en rijk (nog) niet zijn gescheiden door districten. Dit maakt dat het leven op straat erg levendig is met straatverkopers, kleine eethuisjes en mensen die met elkaar op straat praten, Chinees schaken of een kaartspel spelen.

 

Deze heterogene omgeving is vaak vol verrassingen. Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een diner bij een Chinese vriend die in zo’n arme hutongwijk leeft. Het had die dag geregend en voordat ik bij de ingang van het huis was zaten mijn schoenen al helemaal onder de modder. Binnen diende een schaars verlichte ruimte, met in het midden een opklapbare tafel, als eetkamer.  Onze gastheer had een vriend uitgenodigd en we hadden een lang gesprek tijdens een goed diner met oude traditionele Peking-gerechten en veel “baijiu” (een sterke drank). Aan het eind van de avond wisselde ik met de vriend naamkaartjes uit. Later thuis, ging ik naar de website, vermeld op het naamkaartje, en kwam ik er achter dat de vriend een zeer machtig en rijk man was. Hij was de tweede man aan het hoofd van één van China’s grootste staatsbedrijven.

 

Uiteindelijk zullen al deze arme hutongwijken verdwijnen en plaats maken voor nieuwbouw (behoudens de honderden jaren oude hutongwijken in het centrum die worden gerestaureerd door de nieuwe rijke elites). Nostalgische gevoelens maken dat veel mensen dit jammer vinden. Maar uit vele gesprekken met bewoners die in deze wijken leven begrijp ik dat de meesten er naar uitkijken om te verhuizen naar een huis met moderne faciliteiten.

 

Leven in de nieuwe hoogbouwwijken brengt, in vergelijking met het leven in de hutongwijken, onvermijdelijk een verlies aan gemeenschapszin met zich mee. Een verlies voor straatfotografen en voor iedereen die houdt van levendige scènes op straat. Voor de bewoners zelf weegt dit echter niet op tegen het comfort dat hun nieuwe behuizing zal bieden. Het soort behuizing waar deze straatfotograaf zelf naar terugkeert na een sessie straatfotografie  …

 

 

 

 

 

Peking, Werkloosheid

 

 

Meneer Zhang woont in zijn Hutong-huis sinds 1955. Destijds zijn de woningen gebouwd door staatsbedrijven. Deze staatsbedrijven zijn jaren geleden gesloten. Meneer Zhang verloor toen zijn baan en heeft daarna nooit meer gewerkt.  Mevrouw Liu (meneer Zhang’s vrouw) en buurvrouw Yang verloren toen ook hun baan en zijn eveneens werkloos. Alle drie leven ze van overheidssubsidies (*).

 

Meneer Zhang zegt dat hij na zijn ontslag niet meer kon werken vanwege een hoge bloeddruk en diabetes.

 

Meneer Zhang’s huis ligt in een centraal deel van Peking met hoge grondprijzen. Vaak gaan er geruchten dat de overheid van plan is het gebied plat te gooien om plaats te maken voor nieuwbouw. Maar tot nu toe zijn al deze geruchten loos alarm gebleken en is er niets gebeurd. Helaas geldt dit ook voor het onderhoud. Een hoge dode boom staat enkele meters van het huis van meneer Zhang. Bewoners hebben deze bedreiging regelmatig aan diverse overheidsinstanties gemeld, maar daar is geen actie op ondernomen.

 

Meneer Zhang zegt dat mensen in de buurt elkaar erg na staan. De buurt heeft geen contact met de mensen die in de omringende “thee straat” (de grootste concentratie van handelaren in thee in Peking) werken; de mensen die daar werken komen oorspronkelijk niet uit Peking.

 

Meneer Zhang heeft een grote emotionele binding met de buurt omdat hij er van jongs af aan woont. Maar als hij het geld ervoor zou hebben, dan zou hij graag naar één van de moderne wolkenkrabbers verhuizen, wellicht in één van de buitenwijken.  Zijn persoonlijke mening, zegt hij, is dat hij genoeg heeft van al het lawaai in dit district. Zowel mevrouw Liu als mevrouw Yang vallen hem bij en zouden ook naar zo’n wolkenkrabber verhuizen als ze het geld ervoor hadden. Niet omdat de kwaliteit van de oude gebouwen slecht is. Meneer Zhang wijst naar één van de omringende gebouwen: “Dat gebouw is oud, maar het heeft de Tangshan aardbeving overleeft” (in 1976).

 

 

(*) In 2003 onderging China een golf van privatiseringen van staatsbedrijven. Als gevolg daarvan werden veel werknemers ontslagen. De meeste jonge werkers kregen een afkoopsom. Oudere werkers kozen vaker voor een uitkering van een basis bedrag. Dit bedrag konden ze tot hun pensioen ontvangen. Omdat de uitkering laag was en niet voor inflatie werd gecorrigeerd, was het na verloop van tijd vaak niet genoeg om in de basiskosten van levensonderhoud te voorzien. Dit zorgde voor de nodige beroering. Nu kunnen inwoners die te oud zijn om te werken en in geldnood verkeren, hulp zoeken bij lokale overheden.  Deze overheden kunnen een klein bedrag per maand uitkeren om te garanderen dat mensen in een minimum basisbehoefte kunnen voorzien. In Peking is dit uit te keren bedrag ongeveer 400 RMB per maand.

 

 


Peking, Meneer Li Baotian

 

Meneer Li Baotian is zestig jaar oud en geboren in Peking. Op zesjarige leeftijd is hij met zijn familie naar een plaats dicht bij Binnen-Mongolië in de Jilin provincie verhuisd. Dit was het gevolg van de destijds groeiende overbevolking in Peking; mensen werden gedwongen de stad te verlaten. Meneer Li herinnert zich dat hij als kind leed onder de wind en zandstormen ieder jaar. Zijn vrouw is Mongoolse en hij heeft twee zonen (34 en 33) en een dochter (30). De familie verhuisde weer naar Peking in 1999, maar het leven was hard en de familie keerde, behalve meneer Li zelf, terug naar de Jilin provincie.

 

Zijn hele familie leidt nu een boerenbestaan en verbouwt graangewassen; vooral tarwe. Hij zelf leeft nog steeds in Peking en werkt als bewaker. Het is zijn taak om toe te zien op bouwmaterialen voor elektriciteitsmasten. De afgelopen vier jaar heeft hij steeds dezelfde voorraad metalen componenten bewaakt. Hij werkt van 10 uur ‘s avonds to 4 uur ‘s ochtends. Zwaar werk kan hij op zijn leeftijd niet meer aan.

 

Terugdenkend aan zijn jeugd heeft hij vooral goede herinneringen aan de kleuterschool, en met name aan het vuurwerk. Hij herinnert zich een soort vuurwerk met de naam “de oude man met de muts”. Als je het topje van de muts ontstak, bloeide er als het ware het vuurwerk uit. Erg grappig vond hij.

 

In 1958 werd de mus gekenmerkt als één van de “vier ongediertes” (*). De overheid vaardigde een bevel uit dat iedereen mussen moest doden. Mensen stopten met werken en klommen op de daken of op andere plaatsen om de mussen schrik aan te jagen met rotjes, gongs, drums en andere lawaai makende spullen om de mussen vervolgens te vangen en te doden. De meeste mussen hadden geen mogelijkheid meer zich te verbergen en vielen uiteindelijk, uitgeput van het vliegen, dood neer. Meneer Li heeft nog steeds levendige herinneringen aan deze periode.

 

Meneer Li vertelt dat zijn oorspronkelijk naam Li Xiaoping was, maar hij moest deze naam veranderen omdat een beroemd politiek leider,  Deng Xiaoping, dezelfde voornaam had. Zijn nieuwe naam werd Li Baotian en is afgeleid van de slogan “hou het rode (Mao’s) boek in de hand en zaai de revolutie”. Het gebeurde ook in die dagen dat zijn vader werd doodgeschoten.

Later heeft de overheid zijn vader postuum gerehabiliteerd, hem een eerbare begrafenis gegeven en zijn familie geld en sympathiebetuigingen gestuurd.

 

 

(*) De “Vier Ongediertes campagne” heeft een lange geschiedenis. De campagne staat ook bekend als de “Grote mussencampagne” en als de “Chinese mussenoorlog”. Op 12 februari 1958 vaardigde het Centraal Committee van de Partij de “dood vier ongediertes (Chusihai) instructies ten behoeve van de  hygiëne” uit. Het doel was om vier diersoorten, die als schadelijk voor de gezondheid werden beschouwd, binnen 10 jaar uit te roeien: vliegen, muggen, ratten en mussen. In 1960 werd de mus gerehabiliteerd toen het begon te dagen dat mussen meer insecten aten dan graan van de velden pikten. Vooral de locust (een soort sprinkhaan), nu zonder natuurlijke vijand, vernietigde gewassen op grote schaal. De mus werd in het rijtje van vier vervangen door de wandluis en de vier ongediertes waren vanaf dat moment: vliegen, muggen, ratten en wandluizen. In 1998 werd in enkele lokale campagnes de wandluis vervangen door de kakkerlak.

 

 


Peking, Meneer Liu

 

Meneer Liu was in het verleden artiest. Hij acteerde en zong in Peking opera’s. We ontmoeten meneer Liu in zijn winkel waar hij kunstbloemen en ander decoraties verkoopt.

 

Mijn stem was erg hoog. Daarom zong ik in de rol van Qingyi (ook bekend als Guimen Dan of Zhengdan; de role van de deugdzame vrouw en meestal één van de hoofdrollen). In de Peking opera komt de stem van de Dantian, niet vanuit de keel (hij wijst naar het gebied rondom zijn navel, hetgeen betekent dat hij verwijst naar de zgn. “lage dantian”).

Wanneer je op de verkeerde manier zingt, beschadig je je stem. Overbelasting of een verkoudheid kan ook problemen veroorzaken. Echter de meest belangrijke reden voor het beschadigen van een stem is dat de stem zelf niet goed is of dat de stem aangeboren problemen heeft. Sommige mensen hebben hun hele leven geen stemproblemen omdat ze met een goede stem zijn geboren en zorgvuldig met hun stem zijn omgegaan.

 

Ik heb in heel China op allerlei plaatsen gespeeld. Het was een moeilijke tijd, maar ik was erg gelukkig toen. Mij eerste grote optreden was in 1963 of 1964 tijdens een optreden voor buitenlandse vrienden en gasten in de  “Great Hall of the People”. Ik trad op in zowel grote als kleine theaters. De Zhushikou-straat markeerde de grens voor de Peking opera acteurs en actrices in een noordelijk en zuidelijk gedeelte van de stad. Alleen de meest gewaardeerde acteurs en actrices mochten in het noorden optreden. Het was een zware weg van zuid naar noord.

 

Na mijn afstuderen aan de operaschool kwam ik bij de “Beijing Peking Opera Troupe” en ik had het geluk dat ik in het noorden mocht optreden.  Er waren veel theaters in het noorden, zoals Jixiang, Dabei en het Capital Theater. Theaters in het zuiden concentreerden zich rond Tianqiao in Zhushikou. Veel gerenommeerde artiesten kwamen ook uit de zuidelijke theaters.

 

Tegenwoordig verschilt Tianqiao nogal van vroeger, maar nog steeds, als je op een ochtend in het weekend komt, kun je voorstellingen zien, zoals het zwaaien met vlaggemasten of worstelen.

Tianqiao was vroegen als een grote markt. Er was eens een komediant, hij had niet veel kennis, maar hij kon schrijven met zand. Hij pakte een hand vol zand en sprenkelde het op de grond in de vorm van een Chinees karakter. Tegenwoordig zijn er nog maar weinig mensen die dit kunnen.

 

Mijn favoriete rol is de rol van koppelaarster in de Peking opera “Matchmaker” . Ik hou ervan omdat het een komedie is. Tragedies hou ik niet van omdat ze mensen verdrietig maken. Komedies fleuren mensen op.

 

 

Ik geef de voorkeur aan rollen met een vriendelijk en goed karakter, alhoewel het spelen van slechte karakters moeilijker is. Ik voel me bijvoorbeeld onaangenaam wanneer ik in een TV-serie een slecht karakter zie. Soms loop ik dan weg totdat het karakter verdwijnt. Iedereen houdt van goede mensen.

 

Ik luister naar allerlei soorten muziek. Mijn dochter speelt rock & roll. Ik vind rock te luidruchtig, maar zij dwingt me om te luisteren. Mijn vrouw en dochter houden niet van Peking opera, dus daar luister ik alleen naar in mijn eigen kamer. Naast opera hou ik ook van nostalgische en oude liedjes.

 

Mijn dochter werkt in een bank en in haar vrije tijd doet ze organisatorisch werk voor de Finger Family band. Ik heb ook een neefje die is afgestudeerd aan het Central Conservatory of Music. Hij speelt basgitaar in de Chiren band. Zij zijn nu professioneler en meer ervaren in muziek dat ik zelf ben.

 

Naast de winkel met kunstbloemen en decoraties, hebben mijn vrouw en ik een restaurant. We hebben het een maand geleden geopend en het is in de oude Peking stijl. Ik manage vooral de winkel en mijn vrouw het restaurant.

Het is niet ons eerste restaurant. We hadden in 2009 een restaurant geopend met een contract voor 18 jaar. Echter, een jaar later werd het gebied platgegooid voor nieuwbouw. Daarom zijn we nu hier opnieuw begonnen. De reden om een restaurant te runnen is dat ik mijn potentieel wil realiseren. Ik wil zien of ik de capaciteit heb voor zo iets. Het hebben van een restaurant verrijkt mijn leven.

Mijn vrouw en ik zijn erg goed met elkaar. We hebben altijd onderwerpen en kwesties met elkaar te bespreken en vaak gebeurt het dat we op hetzelfde moment dezelfde ideeën hebben. Nu zijn we, voor volgende maand, een reis met de familie naar Hong Kong aan het plannen.

 

 

Switch to our mobile site